-
Pers


‘Bloeiende aardappelvelden’ is één van de schilderijen die te zien zijn in ’t Kunstuus in Heinkenszand

Het landschap als een stilleven

door Ernst Jan Rozendaal

HEINKENSZAND - Volgens zijn zoon is hij eigenlijk gewoon een boer die schildert. Daar is Adri Geelhoed uit Goes het niet mee eens. „Ik denk dat een boer toch op een andere manier naar het landschap kijkt.“.

Onder de titel Aan de horizon zijn op het ogenblik schilderijen van Zeeuwse landschappen te zien in ’t Kunstuus in Heinkenszand. „Het is maar een heel klein stukje Zuid-Beveland“, verduidelijkt Geelhoed.

Hij begrijpt de vergelijking van zijn zoon wel. Hij komt immers uit een boerenfamilie. „Mijn vader was boer. Ik ben opgegroeid in het Sloegebied, tussen Borssele en Nieuwdorp. Dat is nu helemaal verpest door de industrie. Ik heb wel een heel sentimentele periode gehad waarin ik schilderijen over dat onderwerp maakte. Nostalgische werken die vastlegden wat was verdwenen. Daar legde ik mijn gevoel in. Ik heb geen spijt van dat werk, maar ik zou het nu nooit meer maken. Ik heb juist een hekel gekregen aan schilderijen die gevoelens moeten oproepen. Als iemand je schilderijen ziet en daardoor geraakt wordt, vind ik dat mooi, maar ik wil daar niet op aansturen.“ Een schilder vertelt geen verhaal, maar die schildert, aldus Geelhoed. Vandaar dat vorm en kleur in zijn werk veel belangrijker zijn dan de anekdote. Kenmerkend voor het werk dat hij in Heinkenszand laat zien, is de strakke, hoge horizon. „Ik zie het als de tafel waarop de zeventiende-eeuwse schilders hun stillevens uitstalden.“

Hoewel zijn liefde voor het landschap groot is, heeft Geelhoed nooit overwogen boer te worden. Hij wilde een creatief beroep. „Romans schrijven of schilderijen maken, dat zat er altijd wel een beetje in.“

Hij volgde de lerarenopleiding in Tilburg en werd docent. Mettertijd kreeg hij steeds meer gelegenheid om te tekenen en te schilderen. Sinds enkele jaren is hij lid van de Zeeuwse Kunstkring. Probleem was dat hij aanvankelijk veel uitprobeerde maar nauwelijks iets afmaakte. Tot hij zichzelf meer discipline oplegde. Nu experimenteert hij nog steeds, maar roept het ene schilderij het volgende op. Daardoor is op de expositie met werk van het laatste anderhalf jaar goed de ontwikkeling te zien die hij heeft doorgemaakt. Zijn ’Rood dak tussen de bomen’ en ’Boerderij achter korenveld’ nog strakke, precies geschilderde landschappen, in ’Dorpskerkhof in de velden’ en ’Bloeiende aardappelvelden’ is de voorstelling abstracter terwijl in de verf steeds meer tekening komt en in ’Vlasblauw’ zijn de geschilderde vlakken letterlijk en figuurlijk uit elkaar gehaald. Door ze tegen plexiglas te bevestigen, lijken lucht, horizon en vlasveld te zweven.

„De locatie op dergelijke schilderijen is vrij willekeurig“, vertelt Geelhoed. „Er hangen hier drie schilderijen waarbij ik een keer omgekeerd wilde werken. Daar heb ik eerst het zwart opgezet en heb ik in de voorstelling steeds uitgespaard. Mijn panoramaschilderijen beginnen met het afwijkende formaat. Voor het raam heb ik twee werken hangen die tweezijdig zijn. Ze kunnen van buiten en van binnen bekeken worden. Ze zijn zo dik dat het bijna sculpturen zijn. Ik ben helemaal geen beeldhouwer, maar ik kan me voorstellen dat ik daarvan nog wel eens een geheel vrijstaande variant maak.“

Geelhoed houdt van de ruimtelijkheid van het door mensenhand gemaakte Zeeuwse landschap. „Het is de eenzaamheid die me aanspreekt. Je bent er altijd alleen. Dat is misschien toch wel de romantische kijk die ik er op heb.“