-
Pers

ICOONSCHILDER van Zeeland
Artikel uit het Nederlands Dagblad van 18 mei 2012

Tekst: Hilbrand Rozema


Eindewege (2012)

Zeeland laat een blijvende indruk achter in het monumentale werk van schilder Adri Geelhoed. Hij werkt niet alleen op doek maar ook op paneel, en in de landschappen die hij ‘stuct’, in grote welgekozen composities van kleurvlakken, gaan vlakverdeling, beeld en textuur een gelukkig verband aan.



De schilder in zijn atelier, werkend aan Eindewege (foto: Huibert van den Bos)

Zijn handschrift als schilder is volstrekt herkenbaar. Het aanbrengen van de verflagen gebeurt altijd op een rulle manier, die rijmt op de aarde van geploegde akkers, en die, als het niet een akker is waarover het gaat, de sfeer en de bijbehorende emotie oproept van een ouder besef, dat bovenkomt, een herinnering aan het landschap van je jeugd.
In deze vrije uitzichten ligt het hooi van de herinnering hoog opgetast, maar het si veel meer dan nostalgie of romantiek. Die schilderstechniek geeft elk werk een bepaald Geelhoed-patina.

De kleuren zijn apart, ze springen eruit: een zwartgeteerde schuurdeur met witte omlijstingen, de matte roze bloei van een aardappelveld onder een donkere lucht, groen in alle soorten, afkomstig uit een kennelijk onuitputtelijke voorraadschuur van groenen. Landschappen, teruggebracht tot hun rulle essentie, en daardoor kun je er zelf ook nog bij, als kijker, het sluit je niet uit, maar in. Het zijn schilderijen die herinneringen wekken aan de toekomst, aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het zijn polder- en zeekleilandschappen die een sfeer ademen van afwachten, van inwerking van tijd en seizoenen, de cyclus van zaaien en oogsten.

De Zeeuwse kunstenaar exposeerde ooit in Rusland, en dat past ook wel, omdat de innerlijke stilte van waaruit deze landschappen zijn neergelegd in verf, iets oproept van de sfeer van iconen. Ze nodigen uit tot contemplatie. Dat er geen mensen op staan, is alleen maar gezichtsbedrog, want juist Zeeland is bij uitstek de vrucht van het poldermodel. Hun afwezigheid is dan ook altijd slechts tijdelijk bij Geelhoed; vermoedelijk zit de boer net te schaften en ook over het land uit te kijken, net als degene die zijn schilderijen bekijkt.
Hoe aards zijn onderwerpskeuze ook is, met alle vezels doortrokken van de grond onder onze voeten, de sfeer op deze doeken is altijd bijzonder, geheimzinniger dan de kale werkelijkheid. Er past heel goed muziek bij, muziek met een zekere lichtvoetige ernst, zoals de landschappelijk geïnspireerde composities van de grote Nederlandse componist Simeon ten Holt (1923), of van de Finse componist Sibelius.

Maar gedichten passen er ook bij, blijkt uit het dieplood dat Hans Dingemanse, Rien van den Berg, Kees Geelhoed en André van der Veeke in deze uitzichten laten zakken. Dat is tegelijk ook een sympathieke handreiking, een combinatie die elkaar versterkt, maar de oogst die Geelhoed zelf streek voor streek binnenhaalt, is de rust die de landschappen van Zeeland ons bieden, voorbij elke taal.

Winterstilte (2004)